Badminton

Spelregels voor badminton

Dit zijn vereenvoudigde spelregels voor gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Voor de uitgebreide spelregels kijk op http://www.badminton.nl/uploads/docs/badminton_nederland/regelmenten/wedstrijden/Officiele%20Spelregels.pdf of http://nl.wikipedia.org/wiki/Badminton

 

Benodigdheden:

  • 2 tot 4 spelers
  • badminton rackets
  • badminton shuttle
  • gespannen net over het veld

 

Het doel van het spel

Een partij wordt gespeeld om 2 gewonnen games. De partij die het eerst 21 punten scoort wint de game.

 

Het veld

Hier zie je de indeling van een officieel badmintonveld. badmintonUiteraard is een sportcourt anders van afmeting.

 

Regels in het kort

Voordat het spel begint moet er getost worden. De winnaar van de toss mag kiezen: eerst serveren of eerst ontvangen en aan welke kant van het net hij wil beginnen.

Na afloop van de eerste game wisselen de spelers van speelhelft.

Er wordt een partij gespeeld, bestaande uit 2 of 3 games van 21 punten. Er zijn verlengingen bij 20-20: er wordt gespeeld tot er 2 punten verschil zijn of, indien dit niet gebeurt, speelt men tot en met 30 punten. Het spel kan dus eindigen met een maximum van 29 tegen 30 punten. Wie twee games wint, is de winnaar van de partij. Dit kan dus in 2 of 3 games.

Er wordt onderhands geserveerd naar het veld schuin tegenover het vak van waaruit wordt geserveerd. Hierbij moet de shuttle zich op het moment van raken zich in zijn geheel onder het middel van de serveerder bevinden. Tevens moet de service met één vloeiende beweging geslagen worden. De shuttle wordt over het net heen en weer geslagen (een rally). Zodra de shuttle op de grond komt, wordt het spel gestopt. Afhankelijk van of de shuttle binnen/op de lijnen (in) of buiten de lijnen (uit) valt wordt beoordeeld hoe het spel doorgaat. Als de shuttle op de grond komt door een fout van de serverende partij, wordt de service aan de andere partij overgedragen en krijgt die partij een punt. Als de fout gemaakt is door de tegenpartij, krijgt de serverende partij een punt en blijft hij aan de opslag.

Badminton kent de volgende fouten:

  • een speler slaat de shuttle buiten de lijnen (uit)
  • een speler slaat de shuttle in het net
  • een speler raakt de shuttle meer dan één keer (echter geen fout als de shuttle in 1 slag zowel met het blad als met de bespanning wordt geraakt.)
  • een speler raakt de shuttle met zijn lichaam wanneer de shuttle in het spel is.
  • een speler raakt het net aan, voor de shuttle op de grond gevallen is (behalve als de opponent de shuttle aan zijn kant de shuttle tegen het net heeft geslagen en aan zijn kant naar beneden valt.)
  • een speler slaat de shuttle terug voor die boven het eigen veld is
  • een speler staat op een lijn bij het serveren (voetfout)
  • een speler slaat de service in het verkeerde vak
  • bovenhands opslaan
  • een speler serveert en de shuttle bevindt zich op het moment van raken niet geheel onder het middel, onder het middel betekent hier, onder de onderste rib
  • een speler serveert en tijdens het raken van de shuttle dient de steel van het racket enigszins naar beneden te wijzen, horizontaal mag niet
  • de shuttle raakt tijdens een rally niet tot het speelveld behorende objecten (plafond, palen links/rechts van het speelveld)
  • een speler slaat tegen het net met zijn/haar racket op het moment dat de shuttle in het spel is.

Een let

Een let moet worden gegeven door de scheidsrechter of, als zonder scheidsrechter wordt gespeeld, door een speler om het spel te onderbreken. Het is een let wanneer:

  • de serveerder serveert voordat de ontvanger klaar is.
  • bij het serveren de serveerder en de ontvanger beiden worden bestraft.
  • nadat de service is teruggeslagen de shuttle op het net terecht komt en daarop blijft steken, of na over het net te zijn gegaan daarin blijft steken;
  • tijdens het spel de shuttle uiteenvalt en de dop geheel losraakt van de rest van de shuttle;
  • naar de mening van de scheidsrechter een coach het spel verstoort of de andere partij afleidt;
  • een lijnrechter het uitzicht wordt belemmerd en de scheidsrechter niet in staat is een beslissing te nemen;
  • zich een onvoorziene of toevallige gebeurtenis voordoet.

In geval van een let moet de speler die het laatst serveerde opnieuw serveren.

Enkelspel en dubbelspel

Het enkelspel wordt op een lange, smalle baan gespeeld, voor het dubbelspel wordt de volle breedte van het speelveld gebruikt.

Men heeft één servicebeurt per persoon; maakt de serveerder/serveerster een fout dan gaat de service naar de tegenstander. Er kunnen zowel punten gemaakt worden door de serverende als de ontvangende partij. Bij een even aantal punten wordt geserveerd uit het rechter serveervak, bij een oneven aantal uit het linker.

Bij het dubbelspel hebben beide partijen één servicebeurt. Na elk gewonnen punt moet het serverende koppel van serveervak wisselen. Wordt in de servicebeurt een fout gemaakt, dan gaat de servicebeurt over naar de tegenstanders. De service wordt bij 0 of een even aantal punten vanuit het rechter, en bij een oneven aantal punten vanuit het linkerserveervak gegeven.

No Comments Yet.

Leave a reply