Handbal

Spelregels voor Handbal

Hieronder zijn vereenvoudigde regels beschreven voor het gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Voor de volledige spelregels zie:

http://www.bevohc.nl/wat-is-handbal
http://www.handbal.nl/competities/Spelregels/
https://www.handbalmasterz.nl/spelsituaties/beginworp/
http://handbal-is-tof.webklik.nl/page/handbal-veld

Benodigdheden

  • Twee gelijke teams van minimaal 4 en maximaal 7 spelers
  • Een handbal
  • Mogelijk twee verschillende kleuren shirtjes of linten

Doel van het spel

Twee teams spelen tegen elkaar. Door de bal in het goal van de tegenstander te gooien kunnen doelpunten worden gescoord. Het team met de meeste doelpunten heeft gewonnen.

De teams

Een team bestaat uit maximaal 14 spelers. Hiervan mogen zich maximaal 7 spelers op het speelveld bevinden. De overige spelers zijn wisselspelers. Wisselspelers mogen gedurende de wedstrijd op elk moment en herhaald, worden ingezet, indien de te vervangen spelers het speelveld hebben verlaten. Tijdens de gehele wedstrijd moet één speler van het team zich als doelverdediger op het speelveld bevinden.

Het veld handbal

Het veld bestaat uit twee speelhelften met aan weerszijden een doel. Het doel is afgeschermd door een halve cirkel waar alleen de keeper mag komen.

Regels in het kort

Door een toss wordt bepaald wie de beginworp mag uitvoeren dan wel de speelhelft mag kiezen. Voor het begin van de tweede helft wisselen de teams van speelhelft. De beginworp wordt dan uitgevoerd door het team, dat bij het begin van de wedstrijd niet de beginworp had.

Bij de beginworp aan het begin van elke speelhelft moeten alle spelers zich op de eigen helft van het speelveld bevinden. Bij een beginworp na een doelpunt mogen de tegenstanders van de werper zich echter op beide helften van het speelveld ophouden.

De beginworp moet in het midden van de middenlijn worden genomen met één voet op de middenlijn. De andere voet mag niet op de helft van de tegenstander komen totdat de beginworp is genomen.

De speeltijd bedraagt 2 x 20 minuten.

De bal mag gespeeld worden met de hand of arm, de romp, het hoofd en de knie. Niet met het onderbeen of voet. De bal mag maximaal 3 seconden worden vastgehouden. Met het vasthouden van de bal mag je hoogstens 3 passen maken. Tussendoor moet je de bal een keer laten stuiten en weer vangen. Dan mag je nogmaals 3 passen lopen. Daarna moet je de bal afspelen.

Op je plaats of tijdens het lopen mag je de bal tippen. Je laat de bal dan met één hand op de grond stuiten. Wanneer je de bal vastpakt, moet je na drie passen of na drie seconden de bal weer afspelen.

Je mag de bal afpakken met gebruik van je armen en handen. Je mag de bal uit iemands handen tikken, maar niet slaan. Je mag een tegenstander niet vasthouden, sperren of wegduwen of tegen hem aanlopen of -springen.

Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de gehele doellijn in volle omvang is gepasseerd. Na ieder doelpunt wordt het spel met een beginworp hervat door het team, waartegen het doelpunt is gescoord.

Wanneer de bal de zijlijn volledig is gepasseerd of wanneer een veldspeler van het verdedigende team de bal het laatst heeft aangeraakt, voordat deze de achterlijn van zijn team passeert, wordt er een inworp toegekend. De inworp wordt uitgevoerd op de plaats waar de bal de zijlijn gepasseerd is of, indien de bal de achterlijn is gepasseerd, aan de desbetreffende kant en op de plaats waar de zijlijn en doellijn samenkomen. De werper van de inworp moet met een voet op de zijlijn staan en de juiste positie aanhouden, tot de bal zijn hand heeft verlaten.

De spelers van het andere team bevinden zich bij het nemen van de inworp op meer dan 3 meter van de werper. Zij mogen zich ook direct aan de eigen doelgebied lijn opstellen, ook als dit minder dan 3 meter afstand tot de werper is.

Het doelgebied mag alleen door de doelverdediger worden betreden. Als een aanvallende veldspeler het doelgebied betreedt, krijgt de tegenpartij een uitworp. Als een verdedigende veldspeler het doelgebied betreedt en hieruit voordeel behaalt, zonder hierbij een doelkans te verhinderen, krijgt de tegenpartij een vrije worp.

Als een verdedigende veldspeler het doelgebied betreedt en hierdoor een vrije doelkans verhindert, krijgt de tegenpartij een 7-meterworp.

Terugspelen op de keeper mag niet. Komt de bal in het doel, dan is dit een doelpunt voor het ander team. Stopt de keeper de bal, dan krijgt het andere team een vrije worp. De keeper mag de bal op alle manieren proberen te stoppen, dus ook met de voet. De keeper moet dan de bal binnen 3 seconden afspelen.

De keeper mag niet met de bal buiten het doelgebied komen. De keeper mag wel de bal vangen wanneer hij buiten het doelgebied staat, maar hij mag dan de bal niet mee terug nemen naar zijn doelgebied. Wanneer hij dat doet, krijgt het andere team een vrije worp.

De vrije worp wordt genomen op de plaats waar de overtreding werd begaan. Bij een vrije worp staan de verdedigers op minimaal 3 meter afstand.

De 7-meterworp wordt uitgevoerd voor de strafworplijn.