Krachtbal

Spelregels voor Krachtbal

http://nl.wikipedia.org/wiki/Krachtbal
http://www.spelensite.be/spel/krachtbal
http://www.krachtbal.be/
http://users.telenet.be/krachtbaldudzele/images/reglem1.gif

Wat is krachtbal?

De ploeg in balbezit probeert door opeenvolging van worpen van uit het eigen doelgebied terrein te winnen en de bal zo snel mogelijk op de grond te krijgen in het doelgebied van de tegenstander.

Benodigdheden:

  • Een krachtbal bal (4 kilo voor heren en 2 kilo voor dames)
  • 2 ploegen van 4 spelers

Het veld

Hieronder zie je de officiële afmetingen van een krachtbalkrachtbalveld. Bepaal met elkaar welk deel van het sportcourt het doelgebied is en wat de vrijeworplijn. Dit is de dichtste plaats van waar men naar het doelgebied mag werpen.

De teams

Een wedstrijd wordt gespeeld met 2 teams van elk 4 spelers. Elke ploeg beschikt over maximum 4 wisselspelers. De verdedigende ploeg stelt zich vrij op. De werpende speler moet zich opstellen om een worp, al dan niet met aanloop te kunnen gooien. De andere spelers van de aanvallende ploeg moeten zich zo opstellen dat ze twee meter afstand houden van de voorste verdediger en mogen zich ook niet op minder dan twee meter achter de andere verdedigers opstellen. Zij mogen de andere verdedigers hinderen bij het vangen van de bal. Zodra de aanval gestart is, mogen ze echter niet meer bewegen op minder dan twee meter van de verdedigers. Ze mogen zich ook niet op minder dan twee meter van de voorste verdediger of minder dan twee meter achter de andere verdedigers bevinden.

Doel van het spel

Wie de meeste punten scoort in een tijdsspanne van 2 maal 25 minuten, is de winnaar.

Regels in het kort

De aanvallende ploeg start aan de vrijeworplijn van het eigen doelgebied en probeert in maximaal 3 worpen te scoren in het doelgebied van de tegenpartij. Dit moet gebeuren met een nekworp (vanuit de nek) of een rugworp (achterwaartse worp). De volgende worp mag telkens genomen worden van op de plaats waar de bal na de vorige worp de grond raakte binnen het speelveld (= werpplaats). Zo schuift men op in de richting van het doelgebied van de tegenpartij. Bij de voorlaatste worp moet men de middellijn overschreden hebben. Ten laatste bij de laatste worp moet men een doelpoging doen. De verdedigers proberen ofwel de terreinwinst te beperken door de bal af te blokken, ofwel zelf in balbezit te komen door de bal te vangen binnen het speelveld. Ze mogen daarbij de bal naar elkaar doortoetsen of doorgooien. Slagen ze er in de bal te vangen, dan mogen ze van op die plaats (=werpplaats) beginnen met aanvallen. Zij krijgen daarbij 3 worpen als de aanval start op eigen speelhelft en één minder als de aanval start op de speelhelft van de tegenpartij. Bij de voorlaatste worp is het voor de verdedigers voldoende de bal te stoppen voor de middellijn en bij de laatste worp voor de eigen doellijn. Men scoort een doelpunt als de bal de grond raakt in het doelgebied van de tegenpartij. Een doelpunt gescoord met een rugworp telt dubbel (= 2 punten). Na ieder doelpunt gaat de aanval over naar de andere ploeg, die mag starten vanaf de vrijeworplijn.

  • Eenzelfde speler mag niet tweemaal direct na elkaar werpen tijdens eenzelfde aanval.
  • Het is niet toegelaten bij een aanval de werpplaats te overschrijden voor het uitvoeren van de worp. Links en rechts mag men slechts een meter afwijken van de werpplaats.
  • Vijfsecondenregel: binnen de vijf seconden nadat de speler die de bal recupereerde, binnen het veld kon komen, moet de aanloop voor de volgende worp ingezet worden.
  • Zodra de aanval gestart is, mogen aanvallers niet meer bewegen op minder dan 2 meter van de verdedigers. Ook mogen ze zich niet op minder dan twee meter achter een verdediger bevinden.
  • Verdedigers mogen de aanloop niet hinderen en moeten minstens op twee meter van de werper en van de werpplaats blijven.
  • Elk contact (tackles, wegduwen, lopen tegen) tussen verdediger en aanvaller is verboden en wordt bestraft met een vrijeworp. Dit is een strafworp vanaf de vrijeworplijn van de bestrafte ploeg.
  • Als de bal of een speler in contact met de bal de zijlijn of de grond buiten het speelveld raakt, is het buitenspel. De tegenpartij mag dan ingooien ter hoogte van deze plaats en een nieuwe aanval starten.
  • Wanneer de aanvallende ploeg de bal driemaal bij een doelworp rechtstreeks buitenspel gooit, krijgt de tegenstrever een vrijeworp toegekend.
  • Passen in de aanvalsrichting is verboden. Passen mag alleen zijwaarts of naar achteren. Binnen het eigen doelgebied mag men in alle richtingen passen.
  • Een pass of een inworp mag niet onderschept worden.
  • Het aantal wissels is onbeperkt. Wisselen kan na een doelpunt of na buitenspel in het voordeel van de ploeg die wil wisselen.
  • Een wedstrijd duurt 2x25 minuten. Per speelhelft heeft iedere ploeg recht op 2 timeouts van 1 minuut. Die kunnen genomen worden bij een doelpunt of bij een vrijeworp.
  • Als een speler de bal op de grond legt of laat vallen bij een pas, is de bal voor de tegenpartij.