Basketbal

Dit zijn vereenvoudigde spelregels voor gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Voor de uitgebreide spelregel:
Klik hier
Klik hier

Klik hier

Doel van het spel

Basketball wordt gespeeld door twee teams van ieder vijf spelers. Het doel van elk team is, de bal in de basket van de tegenstander te werpen en het andere team te verhinderen een doelpunt te maken. Het team met de meeste doelpunten wint. Een doelpunt wordt gemaakt, wanneer een levende bal van bovenaf door de basket gaat, erin blijft of erdoor gaat. De bal wordt geacht in de basket te zijn, wanneer zelfs het kleinste deel van de bal zich in en onder het niveau van de ring bevindt.

Spelers mogen niet lopen met de bal in de hand. Als zij zich willen voortbewegen moeten zij met de bal dribbelen

Het veld

De grenslijnen (eindlijnen en zijlijnen maken geen deelbasketbal uit van het speelveld. De middenlijn is onderdeel van de verdedigingshelft. Hiernaast vind je een afbeelding van een basketbalveld in officiële afmetingen.

Regels in het kort

De wedstrijd moet uit vier perioden van ieder tien minuten bestaan. De wedstrijd wordt begonnen door middel van een sprongbal en een fluitsignaal. Alleen de eerste periode begint met een sprongbal. Tijdens de eerste periode kan elk team een time out aanvragen en zoveel wissels inbrengen als nodig wordt geacht.

De tweede periode verloopt precies zoals de eerste. Ook een time out per team en ongelimiteerd wisselen zijn geoorloofd. Tussen de tweede en derde periode is het (5 á 10 minuten) rust.

In de derde periode spelen de ploegen in tegengestelde richting ten opzichte van de eerste helft. Dezelfde regels gelden als voor de eerste en tweede periode.

In de vierde periode mag elk team twee time outs nemen. Eén team moet winnen, dus bij een gelijkspel wordt met 5 minuten verlengd. Een winnend team ontvangt twee punten, een verliezend team nul.

Hoe de bal wordt gespeeld

Gedurende de wedstrijd wordt de bal uitsluitend met de handen gespeeld, mag worden gepasst, geworpen, gerold of in elke richting worden gedribbeld. Een speler mag niet met de bal lopen, opzettelijk schoppen of met enig deel van het been blokkeren, of de bal met de vuist spelen. Als de bal per ongeluk met enig deel van het been wordt geraakt, is er geen overtreding.

Een speler uit of de bal uit

Een speler is uit, als enig deel van zijn lichaam de vloer of enig voorwerp raakt, anders dan een speler, op, boven of voorbij de grenslijnen. De bal is uit, wanneer het in aanraking komt met:

  • Een speler of enig persoon buiten de grenslijnen.
  • De vloer of enig voorwerp op, boven of voorbij de grenslijnen.
  • De steunen, de achterkant van het bord of enig voorwerp boven het speelveld.

Dribbelen, lopen en pivot

Een dribbel is een beweging van de bal uitgevoerd door een speler in balbezit, die de bal werpt, tikt, rolt over de vloer of de bal met opzet tegen het bord werpt. Tijdens een dribbel mag de bal in de lucht worden geworpen, mits de bal de speelvloer of een andere speler raakt, voordat de speler die de bal had opgeworpen deze weer met de hand raakt. Er is geen beperking met betrekking tot het aantal passen dat een speler mag nemen, wanneer de bal niet met zijn hand in aanraking is.

Een speler mag niet, na zijn eerste dribbel beëindigd te hebben, voor de tweede maal gaan dribbelen, tenzij hij, tussen de twee dribbels in, controle over de op het speelveld verloor ten gevolge van een velddoelpoging of aanraking van de bal door een tegenstander.

Lopen is een ongeoorloofde beweging van één of beide voeten, zolang de speler op het speelveld in het bezit is van een bal. Een pivot vindt plaats, wanneer een speler op het speelveld in het bezit van een levende bal, één of meerdere malen met dezelfde voet in welke richting dan ook een pas doet, waarbij de andere voet, genaamd de pivotvoet, op dezelfde plaats met het speelveld in aanraking blijft.

Doelpunten

  • Een doelpunt uit een vrije worp telt voor één punt.
  • Een doelpunt vanuit het tweepuntgebied telt voor twee punten.
  • Een doelpunt vanuit het driepuntgebied telt voor drie punten.
  • Een bal die na de laatste of enige vrije worp de ring geraakt heeft en legaal door een aanvallende of verdedigende speler is aangeraakt voordat deze door de basket ging, telt voor twee punten.

Het doelpunt van een speler die onopzettelijk een velddoelpunt in de eigen basket van het team maakt, telt voor twee punten voor de tegenstanders.

Een team dat opzettelijk een velddoelpunt in de eigen basket van het team maakt, begaat een overtreding en de punten worden niet toegekend. Een speler die de bal volledig van onderen door de basket werpt, begaat een overtreding.

Comments are closed.