Goalball

Dit zijn vereenvoudigde spelregels voor gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Voor de officiële spelregels klik hier

Benodigdheden

  • Een goalbal-bal (de bal is gemaakt van een hard soort rubber maar hij bevat gaten zodat de belletjes binnenin gehoord kunnen worden als hij beweegt)
  • Scheidsrechter

Doel van het spel

Goalball is een spel dat wordt gespeeld door twee teams van drie spelers op een langwerpig speelveld, dat door een middenlijn in twee helften wordt verdeeld. Het doel van het spel is voor elk team de bal over de doellijn van de tegenpartij te rollen, terwijl het andere team dit probeert te verhinderen. De spelers zijn geblinddoekt en spelen op gehoor.
De teams

Het spel wordt gespeeld met 2 teams van elk 3 spelers met een maximum van 3 vervangers. Omdat de spelers geblinddoekt spelen moet er een scheidrechter aanwezig zijn.

Het veld

Als speelveld wordt het gehele sportcourt, binnen de buitenlijnen, gebruikt. Het speelveld wordt in de lengte verdeeld in zes gelijke gebieden. De doelen beslaan de gehele breedte van het speelveld en bevinden zich aan elk uiteinde van het speelveld.

Regels in het kort

Er wordt gestart met een toss. De winnaar van de toss mag kiezen om de bal eerst te werpen of te verdedigen, ofwel mag hij kiezen aan welke zijde van het veld zij de wedstrijd willen beginnen.

Aan het einde van elke eerste helft zullen de teams wisselen van zijden. De eerste worp van de tweede helft zal geworpen worden door het team dat de eerste worp verdedigde bij de start van de wedstrijd.

Een wedstrijd duurt 24 minuten, verdeeld in twee helften van elk 12 minuten.

Telkens wanneer de bal over de zijlijn wordt gegooid, zal de scheidsrechter ‘out’ roepen. De bal zal terug in het veld worden neergelegd, aan de overzijde van waar hij was gegooid, door de scheidsrechter, aan de zijlijn 1,5 m voor de doelpaal het dichtst bij de zijde waar de bal buiten het veld ging. De scheidsrechter zal dan ‘play’ roepen.

Als een geworpen bal tot stilstand komt in het teamgebied van het verdedigende team, zonder dat een verdedigende speler hem raakt, is dit een dead ball. De scheidsrechter zal fluiten en ‘dead ball’ roepen. De bal zal terug in het veld worden neergelegd, aan de zijlijn 1,5 m voor de doelpaal het dichtst bij de zijde waar de bal buiten het veld ging. De scheidsrechter zal dan ‘play’ roepen.

Op het moment dat de bal in het spel is en een doellijn volledig overschrijdt, is er een doelpunt. Het team met de meeste doelpunten aan het einde van de tijd is de winnaar. Op het moment dat tijdens de wedstrijd een team tien doelpunten meer heeft dan het andere team, wordt de wedstrijd beëindigd.

Een speler mag de bal maximaal 2 keer achter elkaar gooien. Nadat een geworpen bal de hand van de speler verlaten heeft, moet hij het veld minstens één keer raken op of voor de middenlijn aan hun eigen zijde.

Als de score aan het einde van de wedstrijdhelften gelijk is, zullen vrije worpen de winnaar bepalen. Alle spelers mogen een vrije worp doen.

Comments are closed.