Spelregels voor Hockey

Dit zijn vereenvoudigde spelregels voor gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Kijk voor uitgebreidere spelregels op: http://www.dita.nl/file/view/over-hockey/korte-spelregels-hockey.pdf

Voor spelregels met een kleiner team kijk op: http://www.hockeycoach.nl/spelregels-6-tal-hockey.aspx

Voor spelregels zaalhockey kijk op: http://www.knhb.nl/knhb/districten/district+noord+holland/zaalhockey/DU15884_Spelregels+Belangrijkste+verschillen+veld-+en+zaalhockey.aspx

Benodigdheden:

  • Twee gelijke teams
  • Twee verschillende kleuren shirtjes, lintjes, etc.
  • Een tennis bal (als met een hockeybal wordt gespeeld zijn ook bitjes en scheenbeschermers voor alle spelers nodig)
  • Voor iedere speler één hockeystick
  • Helm voor de keepers

Doel van het spel Hockey is een spel waarbij twee teams tegen elkaar spelen. Alle spelers hebben een stick waarmee de bal mag worden geslagen, gepusht of gestopt. De bal mag alleen met de platte kant van de stick worden gespeeld. Ook moet de bal in het veld blijven. Het doel van het spel is zoveel mogelijk doelpunten te scoren. Als beide teams geen doelpunten hebben gescoord of evenveel doelpunten hebben, is het gelijkspel.     Het veldhockey Voor het hockeyspel worden beide doelen gebruikt. Voor het doel is een doelcirkel en er is een middenlijn. Op het sportcourt wordt niet gebruik gemaakt van de officiële 23-meterlijn.     Regels in het kort Ieder team speelt met een ‘vliegende keep’. Een vliegende keep draagt een helm (in ieder geval bij een strafcorner en een strafbal) en een shirt in een andere kleur. Als ‘vliegende keep’ mag je (binnen de cirkel) je stick, voeten, benen of een ander deel van je lichaam gebruiken om de bal te spelen, van richting te veranderen of te stoppen. Buiten de cirkel mag je de bal alleen met je stick spelen. Een wedstrijd duurt twee keer 35 minuten (of wat je van te voren met elkaar afspreekt). De wedstrijd begint met een toss om te bepalen welk team mag beginnen dan wel de speelrichting in de eerste helft mag kiezen. Het team dat in de eerste helft de speelhelft heeft gekozen, mag in de tweede helft beginnen. In de tweede helft speel je in omgekeerde richting. Je neemt de beginslag vanaf het midden van de middenlijn. Alle spelers moeten op hun eigen helft zijn. Het spel wordt gestart met een bully. De bal ligt in het midden van de middenlijn, tussen twee spelers, één van elk team. De spelers staan met hun gezichten naar elkaar toe. Zij hebben daarbij hun eigen doel rechts van zich. De spelers beginnen de bully met hun stick op de grond rechts van de bal. Ze tikken één keer boven de bal met de platte kant van hun stick tegen de stick van hun tegenstander en proberen dan de bal weg te tikken. Alle andere spelers staan bij het nemen van de bully op minimaal 5 meter afstand van de bal. De bal is buiten het veld als die helemaal over de zijlijn of achterlijn gaat. Raakte je tegenstander de bal voor het laatst aan bij de zijlijn? Dan mag jij de bal nemen op de plek waar die over de zijlijn ging. Raakt je tegenstander of de keeper de bal voor het laatst aan bij de achterlijn? Dan mag je een lange corner nemen. Dit is vanaf 5 meter van de hoekvlag op de zijlijn. Speelde je tegenstander of de keeper de bal expres over de achterlijn? Dan mag je een strafcorner nemen. Je mag je stick niet gevaarlijk gebruiken of loslaten. Je mag je tegenstander niet storen, aanraken, aan de stick of kleding vastpakken of afschrikken of storen waardoor hij de bal niet kan spelen. Je mag de bal niet met de bolle kant van je stick spelen of spelen als de bal hoger komt dan je schouder. Ook mag je de bal niet expres omhoog spelen, tenzij bij een schot op doel. Vrije slag Je mag een vrije slag nemen als je tegenstander een overtreding maakt in het gebied buiten de doelcirkels. Je neemt de vrije slag vlakbij de plaats waar je tegenstander de overtreding maakte, maar wel altijd 5 meter van de cirkel vandaan. Hoe neem je een vrije slag? - De bal moet stil liggen. - Je tegenstanders moeten 5 meter afstand houden. - Krijg je een vrije slag in het gebied van je tegenstander? Je moet de bal dan eerst spelen naar een teamgenoot of 5 meter verplaatsen, voordat je de bal de cirkel in mag spelen.   Strafcorner Je mag een strafcorner nemen als je tegenstander niet expres een overtreding maakt binnen zijn cirkel of de bal expres over de achterlijn speelt. Hoe neem je een strafcorner? - De bal moet op de achterlijn liggen, op de uiterste punt van de cirkel. - Je speelt de bal met een slag of een push. Je mag de bal niet hoog spelen. - Bij het aanspelen moet je één voet buiten het veld op de grond hebben. - Als je de bal hebt aangespeeld, moet eerst een andere speler de bal spelen. Pas dan mag je de bal weer aanraken of in de buurt komen van de bal. - Als je de bal hebt aangespeeld, moet de bal buiten de cirkel komen, voordat je teamgenoot mag proberen te scoren. - Je teamgenoten moeten binnen het veld maar buiten de cirkel staan. Ze mogen pas in de cirkel komen als jij de bal hebt gespeeld.   Wat doen de tegenstanders? - Je tegenstanders mogen met 2 verdedigers achter hun doellijn zijn. - De andere tegenstanders moeten aan de andere kant van de middenlijn staan en mogen pas uitlopen als jij de bal hebt gespeeld. Loopt je tegenstander te vroeg uit, dus voordat jij de bal hebt gespeeld, dan mag je de strafcorner nog een keer nemen. Je tegenstander moet dan aan de andere kant van de middenlijn gaan staan. Dan mogen je tegenstanders dus met één verdediger minder achter hun doellijn staan als je de strafcorner overneemt.     Strafbal Je mag een strafbal nemen als je tegenstander een overtreding maakt binnen zijn cirkel en daarbij een doelpunt tegenhoudt en als de tegenstander een opzettelijke overtreding maakt als jij de bal hebt, waardoor jij de bal niet kunt spelen. Hoe neem je een strafbal? - De bal moet op de strafbalstip liggen. - Alleen jij en de keeper mogen op deze speelhelft zijn. - Je mag de bal maar één keer spelen. - De keeper moet met beide voeten op de doellijn staan en mag niet zijn voeten verplaatsen voordat je de bal hebt gespeeld. - De keeper moet een helm dragen.