Spelregels voor voetbal

 

Dit zijn vereenvoudigde spelregels voor gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Voor de uitgebreide spelregels kijk op: http://www.knvb.nl/watdoenwe/spelregelsenreglementen

 

 

Benodigdheden:

  • 1 voetbal
  • 3 tot 5 spelers per team
  • (evt. 1 scheidsrechter)
  • (evt. twee kleuren shirtjes, bandjes, etc. om de teams te onderscheiden)

 

Doel van het spel

Voetbal is een teamsport waarbij twee teams tegen elkaar strijden. Het team dat de meeste doelpunten scoort wint de wedstrijd. Het is een doelpunt wanneer de bal helemaal over de doellijn tussen de doelpalen en onder de doellat gaat, mits de partij die scoort geen overtreding van de spelregels heeft gemaakt. Als beide teams evenveel (of niet) scoren, is het een gelijkspel. Bij een toernooi moet er echter wel een winnaar komen. Bij een gelijke stand na het eindsignaal, speel je dan een verlenging of neem je strafschoppen De bal mag door de veldspelers niet met de handen worden aangeraakt. Een officiële wedstrijd duurt 2 gelijke helften van 45 minuten, maar op een Zoneparc Sportcourt is 2 helften van 20 minuten al erg lang!

 

De teams:

Officieel bestaat elk team bestaat uit hooguit elf, en om te starten minimaal 7, spelers. Daarvan is één speler de keeper. Omdat het Sportcourt kleiner is dan een gewoon voetbalveld, is een aantal van 5 spelers een prettig aantal. Als het veld dwars gebruikt wordt, waardoor er 2 veldjes zijn, zijn 3-4 spelers een goed aantal. In beide gevallen kan worden gekozen voor een dedicated of meespelende keeper.

 

Het veld:

Het voetbalveld is rechthoekig, aan de uiteinden staan de doelen. Hier zie je een schema met afmetingen van een officieel voetbalveld. Het Zoneparc Sportcourt is natuurlijk kleiner, maar je kunt in dit schema wel goed zien hoe de belijning loopt.

voetbalveld1

De lijnen rondom het veld geven aan hoe groot het veld is. De twee lange lijnen heten zijlijnen en de twee korte lijnen heten doellijnen. Een middenlijn verdeelt het voetbalveld in twee helften. In het schema zie je de belangrijkste lijnen en gebieden van een voetbalveld:

 

1: Middencirkel

2: Hoekschopgebied

3: Strafschopgebied

4: Strafschopstip

5: Cirkelboog

6: Doelgebied

7: Doellijn

 

Uit of in?

De bal is uit als de bal helemaal over de doellijn of zijlijn is gegaan. Op ieder ander moment is de bal in het spel.

 

De aftrap

Een aftrap is de manier om een wedstrijd te beginnen of om het spel te hervatten. Een aftrap gebeurt:

  • aan het begin van de wedstrijd (de winnaar van een toss kiest de speelhelft, de verliezer trapt af);
  • aan het begin van de tweede helft (de teams wisselen van speelhelft, het team dat de aftrap niet nam aan het begin van de wedstrijd, mag nu aftrappen);
  • na een doelpunt (het team dat een doelpunt tegen krijgt, mag de aftrap nemen);
  • aan het begin van elke verlenging (de verliezer van een nieuwe toss mag aftrappen in de eerste helft van de verlenging, de winnaar trapt af voor de tweede helft).

Welke regels horen bij de aftrap?

  • Alle spelers staan op de eigen speelhelft en bevinden zich buiten de middencirkel totdat de aftrap is genomen.
  • De bal ligt stil op de middenstip.
  • Pas als de scheidsrechter een fluitsignaal geeft mag de aftrapnemer de bal aftrappen.
  • De bal is in het spel als deze naar voren is getrapt.
  • De speler die de aftrap neemt mag de bal niet opnieuw raken voordat deze door een andere speler is geraakt (anders geeft de scheidsrechter een indirecte vrije schop aan de tegenpartij).
  • Bij iedere andere overtreding moet de aftrap opnieuw worden genomen.
  • Uit een aftrap kun je rechtstreeks scoren.

 

De scheidsrechter

De scheidsrechter past de spelregels toe en geeft leiding aan de wedstrijd. Hij houdt de tijd in de gaten, mag de wedstrijd onderbreken of staken bij iedere soort overtreding van de regels, vanwege enige vorm van beïnvloeding van buitenaf of als een speler ernstig is geblesseerd en laat de wedstrijd weer starten. Als de partij waartegen een overtreding werd begaan hieruit voordeel kan trekken laat hij het spel doorgaan (hij kan alsnog de overtreding bestraffen als het verwachte voordeel achterwege blijft). Als een speler meerdere overtredingen tegelijkertijd begaat, wordt de zwaarste overtreding bestraft. Sommige overtredingen dienen bestraft te worden met een waarschuwing of een veldverwijdering.

Buitenspelpositie

Een speler bevindt zich in buitenspelpositie indien hij dichter bij de doellijn van de tegenpartij is dan de bal en de voorlaatste tegenstander. Een speler bevindt zich niet in buitenspelpositie als hij zich op zijn eigen speelhelft bevindt, hij gelijk staat met de voorlaatste tegenstander, of als hij gelijk staat met de laatste twee tegenstanders. Een speler wordt voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij, op het moment dat de bal wordt geraakt of gespeeld door een medespeler, naar het oordeel van de scheidsrechter, actief bij het spel is betrokken (door in te grijpen in het spel, of een tegenstander in diens spel te beïnvloeden, of voordeel te trekken uit zijn buitenspelpositie. Een speler wordt niet voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij de bal rechtstreeks ontvangt uit een doelschop, een inworp of een hoekschop. Bij een strafbare buitenspelpositie kent de scheidsrechter een indirecte vrije schop toe aan de tegenpartij, te nemen vanaf de plaats waar de “overtreding” plaatsvond.

Vrije schop en strafschop

Een directe vrije schop wordt toegekend aan de tegenpartij, indien een speler één van de volgende overtredingen begaat op een wijze die door de scheidsrechter wordt beoordeeld als onvoorzichtig, onbesuisd of als gepaard gaande met buitensporige inzet:

  1. een tegenstander trapt of probeert te trappen;
  2. een tegenstander laat struikelen of probeert te laten struikelen;
  3. springt naar een tegenstander;
  4. een tegenstander aanvalt;
  5. een tegenstander slaat of probeert te slaan;
  6. een tegenstander duwt;
  7. een tegenstander ten val brengt.

Een directe vrije schop wordt ook toegekend aan de tegenpartij, indien een speler

  1. een tegenstander vasthoudt;
  2. een tegenstander bespuwt;
  3. opzettelijk de bal met de hand of arm speelt (dit geldt niet voor de doelverdediger binnen zijn eigen strafschopgebied).

Als een speler één van de tien hierboven genoemde overtredingen begaat in zijn eigen strafschopgebied, wordt een strafschop toegekend. Een directe vrije schop wordt genomen vanaf de plaats waar de overtreding plaatsvond, bij een strafschop ligt de bal op de strafschopstip. De bal moet stil moet liggen wanneer de schop wordt genomen en de nemer mag de bal niet voor de tweede keer raken, voordat deze is geraakt door een andere speler. De andere spelers houden afstand.

Een indirecte vrije schop wordt toegekend aan de tegenpartij, indien een keeper langer dan zes seconden de bal in zijn handen houdt, de bal weer met de handen aanraakt (nadat hij deze in het spel heeft gebracht) zonder dat deze is geraakt door een andere speler en de bal met de handen aanraakt nadat deze hem doelbewust door een medespeler met de voeten is toegespeeld of nadat hij deze rechtstreeks heeft ontvangen uit een inworp genomen door een medespeler.

Een indirecte vrije schop wordt ook toegekend aan de tegenpartij, indien een speler gevaarlijk speelt, een tegenstander in diens loop belemmert, voorkomt dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen en een andere overtreding begaat waarvoor het spel wordt onderbroken om een speler te waarschuwen of van het speelveld te zenden.

 

Gevaarlijk spel

Gevaarlijk spel is een actie waarbij, in een poging de bal te spelen, het risico bestaat dat een speler (dit geldt ook voor de speler zelf) geblesseerd raakt. Het wordt begaan met een tegenstander, die zich dichtbij bevindt en voorkomt dat de tegenstander de bal speelt uit angst om geblesseerd te raken.

Gevaarlijk spel houdt in dat er geen fysiek contact is tussen de spelers. Als er wel fysiek contact is dan wordt het een overtreding die met een directe vrije schop of strafschop moet worden bestraft. Als een speler zich schuldig maakt aan gevaarlijk spel in een ‘normaal’ duel, dan hoeft de scheidsrechter niet te straffen. Als de actie wordt begaan met een duidelijk gevaar voor een blessure, dan moet de scheidsrechter de speler waarschuwen.

Als een speler door het spelen op gevaarlijke wijze een duidelijke scoringskans voorkomt, dan moet de scheidsrechter de speler van het speelveld zenden.

 

Regels in het kort

  • Hou het leuk en sportief
  • De scheids heeft altijd gelijk
  • Overtreding? Directe vrije schop
  • Overtreding in strafschopgebied? Strafschop
  • Keeper in overtreding? Indirecte vrije schop