Tennis

Spelregels voor Tennis

Dit zijn vereenvoudigde spelregels voor gebruik op een Zoneparc Sportcourt. Voor de uitgebreide spelregels kijk op: http://www.knltb.nl/siteassets/1.-knltb.nl/downloads/tennissers/regelgeving/tennisspelregels-in-een-notendop.pdf of http://nl.wikipedia.org/wiki/Tennis

Benodigdheden:

  • Tennis rackets
  • Tennis bal
  • 2 tot 4 spelers

Doel van het spel

Tennis is een balsport voor twee (enkelspel) of vier spelers (dubbelspel), waarbij een bal met een racket over een net gespeeld moet worden. De bal moet over het net op de speelhelft van de tegenstander(s) worden geslagen. Het doel is om het je tegenstander(s) onmogelijk te maken de bal terug te slaan en om zo punten te scoren.

Het spel wordt gewonnen door de speler die als eerste twee sets gewonnen heeft.

Het veld

De tennisbaan bevat een aantal lijnen en vakken. tennis2Deze zijn er om duidelijk te maken waar een bal wel of niet mag komen. Hieronder zie je hoe een volwaardige tennisbaan er uit ziet.

 

Regels in het kort

Er wordt getost en degene die de toss wint mag kiezen wie er begint met serveren (dan bepaalt de tegenstander op welke speelhelft wie speelt) of op welke speelhelft hij/zij begint (in dat geval mag de tegenstander kiezen om te beginnen met serveren of ontvangen).

De serveerder is de speler die de bal voor het eerste punt in het spel brengt met een service. De ontvanger is de speler die klaar staat om de door de serveerder geslagen bal terug over het net te slaan. De serveerder moet wachten tot de ontvanger klaar staat om de bal terug te slaan.

Regels enkelspel

De serveerder begint het spel altijd rechtsachter (hierna serveer je vanaf links, daarna weer vanaf rechts etc.) en slaat de bal schuin over het net in het (voor de ontvanger rechter) servicevak. Je mag niet op of over de lijn staan met serveren. Je hebt twee pogingen om de bal via een service in het juiste vak te krijgen. Als de bal via de netband in het servicevak belandt dan heet dit een ‘let’ en krijgt de serveerder een nieuwe poging. De bal is nu in het spel, de ontvanger slaat de bal terug en alle ballen die vervolgens heen en weer worden geslagen mogen maximaal één keer stuiten. Raakt de bal tijdens de rally (deels) een lijn van het speelveld dan gaat het spel gewoon door.

Regels dubbelspel

De serveerder begint ook in een dubbelspel rechtsachter en slaat de bal schuin over het net in het servicevak. Je medespeler bevindt zich op dat moment links voor in het servicevak. Als de bal in het net of buiten het servicevak belandt dan is de poging fout. Je hebt twee pogingen om de bal via een service in het juiste vak te krijgen. Als de bal via de netband in het servicevak belandt dan heet dit een ‘let’ en krijgt de serveerder een nieuwe poging. De bal is nu in het spel, de ontvanger slaat de bal terug en alle ballen die vervolgens heen en weer worden geslagen mogen maximaal één keer stuiten. Als je begint met ontvangen kies je met je partner wie er links of rechts op de baanhelft staat. Deze positie houd je tijdens de hele set vast. Bij het begin van de volgende set mag je ervoor kiezen om van positie te wisselen.

Punten telling

Je wint een punt als je tegenstander:

  • tweemaal achter elkaar een foute service slaat
  • de bal buiten het speelveld of in het net slaat
  • de bal tijdens een rally niet terug weet te slaan
  • de bal al terugslaat voordat de bal over het net is geweest (dus als hij/zij over het net heen hangt)

Een partij (match) bestaat uit punten. Deze punten vormen eerst een game. Vervolgens win je bij een bepaald aantal games een set. Een game wordt als volgt geteld, waarbij de punten van de serveerder als eerste worden genoemd:

Geen punt - ‘Nul’

Eerste punt - ‘15’

Tweede punt - ‘30’

Derde punt - ‘40’

Vierde punt - ‘game’

 

Als jij en je tegenstander beide 3 punten hebben (40-40) dan is de telling ‘gelijk’ (deuce, spreek uit als ‘djoez’). Degene die het volgende punt wint heeft ‘voordeel’. Wint diegene het punt dan is het ‘game’. Wint de andere het punt dan wordt de stand weer gelijk. De serveerder moet voor iedere eerste service hardop de stand afroepen, zo kunnen er geen misverstanden ontstaan.

Als je na 6 games voor staat met een minimaal verschil van 2 games dan win je een set. Degene die als eerste 2 sets wint heeft de match gewonnen. Je kunt dus maximaal 3 sets spelen. Als jij en je tegenstander allebei 6 spellen hebben gewonnen dan wordt er een tiebreak gespeeld. In een tiebreak tel je de punten als 1, 2, 3 etc. tot aan de 7. Wie als eerste 7 punten wint met minimaal 2 punten verschil, wint de tiebreak en dus ook de set. Je gaat dus net zo lang door totdat iemand twee punten meer heeft dan de ander. De tiebreak begint met één servicebeurt van degene die aan de beurt was met serveren. De serveerder begint aan de rechterzijde. Vervolgens serveren de spelers om en om twee punten. Degene die aan de beurt was om als eerste te serveren in de tiebreak, wordt ontvanger in het eerste spel van de volgende set.

Wisselen van speelhelft

Tijdens een partij wissel je bij een oneven aantal spellen van speelhelft. Als de set is afgelopen met een oneven aantal spellen wissel je ook van helft. Is de stand een even stand dan wissel je niet van helft en begin je aan de volgende set.